Kervel
Er wordt vanuit gegaan dat de Romeinen kervel naar Europa hebben gebracht. Men gelooft dat het kruid een herstellende en zuiverende werking heeft.
Kervel wordt vooral als een lentekruid gezien. Het zaad ontkiemt snel en kan al na zes tot acht weken gesneden worden, waarna het weer aangroeit. In totaal blijft het zaad een jaar kiemkrachtig. Het heeft lange wortels en kan daarom niet zo makkelijk verplant worden. De warme zon heeft een ongunstig effect, dus probeer het niet de hele dag in de volle zon te laten staan. Op zich is het winterhard, maar voor de bescherming is het verstandig om het af te dekken tijdens koude periodes. Het hele jaar door kan je kervel oogsten en om het te bewaren is invriezen de beste optie, want als je het droogt verliest het zijn smaak en geur.
Het rauwe blad bevat vitamine C, ijzer, caroteen en magnesium en kan derhalve worden gezien als zeer gezond. Zo kan je er thee van zetten ter bevordering van de spijsvertering en het stimuleren van de bloedsomloop. Het kan werken tegen leverklachten en chronische slijmvliesontsteking. Verse blaadjes kun je ook als warme kompres op zere gewrichten plaatsen. Als laatste kan je een aftreksel van het kruid gebruiken om de huid te reinigen, soepel te houden en rimpels tegen te gaan.
Op het culinaire vlak wordt kervel veel gebruikt in sauzen, salades, soepen en bij kip- en visgerechten. Het komt het beste tot zijn recht als je het pas vlak voor het opdienen toevoegt.
Kortom; een kruid waar je veel kanten mee opkunt, zowel op geneeskrachtig als culinair gebied!